maandbericht taalondersteuning december 2018

Aanzet voor een vernieuwd talenbeleid in Scholengemeenschap K. Cardijn   

Een toekomstige activiteit mag immers geen eenmalige actie worden die van in het begin gedoemd is om in de vergeethoek te geraken, maar moet wel iets duurzaams zijn dat voldoende uitdagend is voor de deelnemers en kan groeien binnen elke schoolorganisatie.                   

Naast de decretaal verplichte werkzaamheden heeft een scholengemeenschap de kans om in een samenwerkingsverband initiatieven te ontwikkelen.Scholen werken dan samen aan acties die personeelsleden en (onrechtstreeks) de leerlingen ten goede komen. We denken daarbij aan gemeenschappelijke nascholingstrajecten voor bepaalde doelgroepen, overleg, intervisie en vorming van mentoren aanvangsbegeleiding, preventieadviseurs, vakgroepen enz…

1. Schooloverstijgende werkgroep Talenbeleid

In de Scholengemeenschap Kardinaal Cardijn werden in het verleden initiatieven genomen om vanuit een schooloverstijgende werkgroep ‘talenbeleid’ de leerkrachten te ondersteunen. Dat verliep niet altijd van een leien dakje omdat er naast paralellen tussen de verschillende scholen ook niet te onderschatten verschillen zijn.

Het is evident dat elke school onderhevig is aan de tijdsgeest en bijgevolg ook aan contexten die veranderen. PISA-resultaten gelden voor iedereen en de onderwijshervormingen hebben een invloed op elke onderwijsinstelling. ‘Talenbeleid’ is bovendien een overkoepelde term. We kennen allemaal wel de discussies over het taalgebruik op de speelplaats versus het taalgebruik in de klas en is het spreken van een andere taal een vloek of een zegen of ligt de waarheid ergens in het midden? Elke school in de Vlaamse Rand (en daarbuiten) wordt geconfronteerd met ouders die geen Nederlands (willen) spreken. Sommige leerlingen worden geheroriënteerd omwille van hun taalachterstand. Leerkrachten vragen zich af hoe ze de taalontwikkeling van leerlingen in de verschillende studierichtingen kunnen stimuleren. Is elke vakleerkracht ook een taalleraar en hoe stimuleren we dat? Hoe zorg je ervoor dat taal geen hinderpaal vormt bij evaluatiemomenten? Ook de plaats van de moderne vreemde talen loert altijd om het hoekje.

Anderzijds zijn de scholen van de scholengemeenschap allemaal wel verschillend. Het begrip ‘taal’ wekt bij de ene leraar niet hetzelfde op als bij een collega die les geeft in een school wat verderop. We merken ook dat verscheidene factoren inwerken op de beleving van het talenbeleid: schoolpopulaties zijn verschillend, de opleiding van de leraar speelt een rol, tradities verschillen van school tot school… Werken aan een talenbeleid gebeurt dan best ook op het eigen ritme van de school en vanuit een persoonlijke invalshoek. Daarom stelden we maatwerk voorop. Vanuit de scholengemeenschap wilden we niet iets opleggen waar de ene al veel ervaring in heeft en de andere nog niet. Dat zou alleen maar contraproductief werken.

Daarom stelden we dat wanneer we in de scholengemeenschap Cardijn het werken aan een talenbeleid opnieuw een goede kans op slagen willen geven, dan zouden we zeker bovengenoemde valkuilen moeten proberen te vermijden. Een toekomstige activiteit mag immers geen eenmalige actie worden die van in het begin gedoemd is om in de vergeethoek te geraken, maar moet wel iets duurzaams zijn dat voldoende uitdagend is voor de deelnemers en kan groeien binnen elke schoolorganisatie.

We streefden er ook naar dat alle scholen van de scholengemeenschap zouden betrokken worden en dat ook liefst zo veel mogelijk leraren, ook niet-taalleraren, konden aansluiten. We zochten daarom een thema dat een brede groep leraren kan aanspreken en dat zowel rekening houdt met de verschilpunten als met de overeenkomsten van onze scholen. Elk van onze scholen heeft immers andere prioritaire noden en behoeften. Elk van onze scholen legde qua talenbeleid ook al een heel persoonlijk parcours af met eigen accenten en op zijn eigen ritme.

2. Lerend Netwerk Begrijpend Lezen

Vanuit deze overwegingen starten we dit schooljaar een Lerend Netwerk Begrijpend Lezen op op niveau van de Scholengemeenschap K. Cardijn.De keuze voor dit thema werd o.m. ingegeven door de resultaten van het Pirls-onderzoek naar begrijpend lezen. Bovendien is begrijpend lezen een voorwaarde voor elke leerling om te kunnen komen tot studerend lezen/studeren. De zorgwekkende cijfers voor begrijpend lezen hypothekeren niet alleen de basisgeletterdheid van de leerlingen, maar ook het succesvol beëindigen van hun schoolloopbaan. De prestaties van leerlingen voor begrijpend lezen kunnen zeker in verband gebracht worden met zowel gewijzigde leerlingkenmerken (bv. thuistaal) als met veranderende factoren in de klas-, school- en thuiscontext.

We richtten recent een schooloverschrijdende kerngroep op: een groep leraren die wordt afgevaardigd door de scholen en die deelneemt aan het nascholingstraject van Katholiek Onderwijs Vlaanderen rond begrijpend lezen. De kerngroep komt na elke sessie samen om de nascholing warm te evalueren en te distilleren wat bruikbaar zou zijn in de scholengemeenschap op het vlak van werkvormen, mogelijke valkuilen, lokale noden en onbeantwoorde vragen.

Nadien volgt de eigenlijke sessie in de scholengemeenschap. De leden van de kerngroep zijn hierbij actief: ze brengen zelf een stukje, assisteren, helpen met de praktische organisatie, houden de band met de scholen warm… Zo worden ze een stukje eigenaar van hun proces, wordt het maatwerk en coachen we tegelijkertijd ook de toekomstige coaches.

De pedagogisch begeleider Taalbeleid / Taalondersteuning begeleidt het proces. Afhankelijk van de behandelde leervraag kan er steeds iemand anders aansluiten bij de leergroep, maar bij voorkeur is er toch een vast aanspreekpunt per school. We voorzien maximaal een inspiratiedag , een 3-tal netwerksessies op basis van de zelf gestelde leervragen, 2 schoolbezoeken en een slotdag. De data vallen telkens na de sessies in Mechelen-Brussel.

De directies van de scholen steunen dit initiatief volop en wensen in de eerste plaats de kerngroep veel succes. Hen wacht de uitdaging om de verkregen inzichten uit te dragen naar de eigen school en te bekijken welk onderdeel men in de eigen school verder wilt uitwerken. Hiervoor kan begeleiding op maat worden gegeven door de pedagogisch begeleider. Deze begeleiding kan ook verder lopen over het volgende schooljaar.

Wim Verdeyen, coördinerend directeur Scholengemeenschap K. Cardijn. - Joke Smeers, beleidsmedewerkster